Doorgaan naar content

NCK 2026

NCK 2026

Op 3 oktober werd het jaarlijkse NCK gereden, het nationaal kampioenschap ploegentijdritten voor clubs. Traditiegetrouw gebeurt dat in herfstige omstandigheden, met veel wind en regen en ‘lekker’ koud. Dit jaar was alles anders. De vooruitzichten voor de dag waren ronduit nazomers. Persoonlijk was ik daar erg blij mee. Alleen Albert miste de wind.

Toen we aankwamen in Biddinghuizen, hadden Sythe en Eelke al een mooi plekje voor ons klaargemaakt. Vanaf dat moment begon het wielrennertje spelen pas echt. Want laten we eerlijk zijn: het NCK is niet alleen het meest sadomasochistische teamevenement voor clubrenners, het is vooral ook een dag profje spelen. Alles stond die dag in het teken van toppresteren. Dus ga niet staan als je ook kunt zitten, en ga liggen als je niet hoeft te zitten. En verder was er eten, veel eten, vooral voor na de rit, en focus.

De Tacxen werden klaargezet en de fietsen gemonteerd. Reservewielen werden verzameld en banden opgepompt. En toen ook Erik eindelijk gearriveerd was (vedettes komen altijd te laat), kon de voorbereiding echt beginnen. We reden warm op de Tacx en op de weg, waarna de teambespreking volgde met het ‘tactische plan’.

Voor wie zelf nooit een ploegentijdrit gereden heeft, klinkt dit allemaal wat overdreven, maar het is echt essentieel dat je vooraf bespreekt hoe je dit uur afzien aanvliegt. De definitieve volgorde werd meegedeeld: Erik zou de eerste kilometer voor zijn rekening nemen, het slingerende parcours door het dorp tot net buiten de bebouwde kom. Vanaf daar zou Marnix het overnemen voor zijn eerste kopbeurt, gevolgd door Jens, Mark, Albert en Arjan.

Bij de rit naar het startpodium groeit de spanning echt. Je komt renners tegen die al gereden hebben en compleet afgedraaid zijn. Eenmaal op het startpodium is er geen weg meer terug. Er wordt afgeteld en je bent vertrokken voordat je het weet. Vanaf dat moment verkleint de wereld. Je hoort het geraas van wind en dichte wielen. Communiceren kan, maar je hoort niet alles scherp. Gelukkig maar. Achteraf hoorde ik wat Albert allemaal over en tegen mij had geroepen toen ik na mijn eerste kopbeurt per ongeluk naar rechts afdraaide in plaats van naar de afgesproken linkerkant. Had ik dat tijdens de rit gehoord, dan had ik waarschijnlijk niet alleen met ‘haha sorry’ gereageerd.

Deel uitmaken van het squadron van Gaul is een magische ervaring. Je zou het een combinatie kunnen noemen van ultiem afzien en ultiem genieten. Na iedere haakse bocht in de polder werd er goed gewacht en GO-GO-GO geroepen als de ploeg weer in formatie was. Toch verloren we tijdens de rit twee renners. Dat is jammer, want met zes ben je sterker dan met vier, en de mannen die de lange kopbeurten doen zijn sneller opnieuw aan de beurt. Maar ergens lucht het ook op. Het stemmetje in je hoofd dat soms toch speelt met de gedachte om af te haken, verstomt, omdat lossen geen optie meer is. De tijd van de vierde renner is maatgevend, wat betekent dat je vanaf dan bij elkaar moet blijven. We wisselden elkaar goed af. Soms moest er iemand een beurt overslaan en pikte de afzakkende renner eerder in. Al die wijzigingen verliepen bijzonder soepel.

Na iets meer dan 57 minuten kwamen we over de finish met een gemiddelde van 48,5 km/uur. Een mooie prestatie, goed voor een 22e plaats.

Terug bij ons verzamelpunt werden de verhalen gedeeld. Persoonlijke ervaringen van een uur lang met de vingers tussen de deur zitten, precies zoals een NCK hoort te zijn. Op naar volgend jaar!